Nazomer 2009
7. Nieje naobers
Wat vooraf ging…
Fleur (38), haar man Enno (41) en hun vier kinderen (Koen 12, Roos 10, Tim 7 en Juul 4) zijn onlangs van Amsterdam naar een klein dorp op het platteland verhuisd. Enno is meestentijds in het westen, voor zijn werk. Hij is advocaat en gespecialiseerd in echtscheidingen. Fleur moet wennen in het oosten, maar in de loop van de tijd ontmoet ze steeds meer nieuwe mensen. Ze heeft al kennis gemaakt met haar buurvrouw Ellie. En met vrouw Pasman en haar aardige neef Florian Haerst. Uitgerekend op het moment dat Florian een onduidelijk pakje komt brengen, dat niet voor Fleur bestemd blijkt te zijn, gaat de mobiele telefoon in de keuken. Het is Chantal, één van haar beste vriendinnen uit Amsterdam. Ze blijkt door haar man Maurice uit huis gezet te zijn en vraagt of ze een tijdje mag komen logeren…
atuurlijk mag dat, zegt Fleur. ‘Altijd. Geen enkel probleem. Maar hoe doe je dat met de kinderen? Katja moet toch naar school?’ Chantal haalt haar neus op en snottert: ‘De kinderen blijven bij Maurice. Hij heeft zijn ouders al ingeschakeld. Nou, je kent mijn schoonmoeder, die staat direct op de stoep als er iets is. Ze had nota bene haar koffer bij zich. Het was echt: zij erin, ik eruit.’ Fleur begrijpt niets van het verhaal. Háár Chantal zou nóóit weggaan zonder de kinderen. Voorzichtig probeert ze: ‘Maar… hoe…’ Voordat ze verder kan gaan, kapt Chantal haar af. ‘Laat maar. Ik leg het je allemaal wel uit als ik bij je ben. Oké? Ik stap nu in de auto, dan ben ik er over anderhalf uur. Kent de TomTom dat bospaadje waar je woont?’ Fleur negeert het grapje. In plaats daarvan vraagt ze of Chantal wel kan rijden. Ze klinkt zo overstuur. Chantal heeft al opgehangen. Fleur kijkt op haar horloge. Half tien. Als ze klaar wil zijn, voordat Chantal komt, mag ze wel opschieten. Ze moet nog boodschappen doen, het huis opruimen en de logeerkamer in orde maken. Een koude wind strijkt langs haar benen. Boven hoort ze een deur dichtslaan. Wat is dat nou? Voorzichtig loopt ze de gang in. Dan ziet Fleur dat de voordeur nog wagenwijd open staat. Toen Florian vertrok en ze snel naar het mobieltje in de keuken liep, was ze vergeten de deur dicht te trekken. Stom, denkt ze. Nou ja, kan gebeuren. ‘Niet zo paniekerig doen’, spreekt Fleur zichzelf hardop en streng toe. ‘’t Was de wind maar. Geen enge insluipers hier op het platteland.’ Ergens in haar achterhoofd zegt een stemmetje dat ze toch echt voorzichtiger moet worden.
Fleur weet nog goed hoe Chantal en zij elkaar voor het eerst ontmoetten. Chantal had zich aangemeld bij de sportschool waar ook Fleur zich wekelijks in het zweet werkte. Na een pittige les spinning had Chantal haar aangesproken en gevraagd of ze mee ging, wat drinken op een leuk
terrasje in de buurt. Een dik uur hadden ze onafgebroken met elkaar zitten kletsen. Chantal vertelde honderduit over haar fantastische relatie met Maurice, de baan die ze wél had, maar eigenlijk niet meer wilde, nu ze net moeder was geworden. Katja, haar dochter, was een paar maanden oud. De baby huilde veel en op de meest onmogelijke tijdstippen. Ze had soms geen idee hoe ze haar moest troosten. Het maakte Chantal onzeker. Fleur had meteen sympathie gevoeld. Ook zij had in het begin geworsteld met het moederschap. Haar oudste was een huilbaby geweest. En ook zij had uiteindelijk haar baan opgezegd om zich volledig op de kinderen te kunnen richten. Achteraf had ze meer dan eens spijt gehad van die stap. Nadat haar derde was geboren, voelde ze zich vaak alleen nog maar moeder en de vrouw ván. Haar dagen stonden in het teken van luiers verschonen, kinderen naar school brengen, flesjes warm maken, kinderen naar de sport, eten koken, verhaaltjes voorlezen, blouses strijken, dinertjes voorbereiden en nog meer. Fleur probeerde Chantal gerust te stellen. Op een dag wordt het huilen echt minder. Misschien moest ze Katja inbakeren. Bij Koen had dat prima geholpen. De eerste keer zag het er heel zielig uit. Een als mummie verklede baby. Maar het resultaat was verbluffend. Van een schrikkerige huilbaby was Koen in een mum van tijd veranderd in een rustig, goedlachs jongetje dat voldoende sliep. Fleur was nog diezelfde ochtend meegegaan naar het huis van Chantal om voor te doen hoe ze Katja kon inbakeren. Daar had ze toen ook Maurice voor het eerst ontmoet. Een charmante verschijning. Een goedzak, op het eerste gezicht. Je kon zó zien dat hij stapel was op zijn vrouw en dochter. Alles deed hij om het hen naar de zin te maken, vertelde Chantal. Het leek erop dat ze haar handen mocht dichtknijpen met een man als Maurice.
Chantal en zij waren hartsvriendinnen geworden. Vriendinnen die elkaar van alles toevertrouwden. Chantal had er veel moeite mee gehad dat Fleur uit Amsterdam vertrok. Meer nog dan Anne en Louise, haar twee andere vriendinnen. ‘Weet je wel hoeveel ik je ga missen?’ was haar eerste reactie. ‘Waar moet ik nú naar toe als ik weer eens bots met mijn schoonmoeder?’ Fleur was in lachen uitgebarsten en had gezegd dat ze altijd mocht bellen. Daarna waren ook bij Fleur de waterlanders gekomen. Zij wist ook wel dat bellen niet hetzelfde was als elkaar spreken op een terras. Ook zij zou haar vriendin missen. En nu zit die ineens midden in een crisis. Wat is er aan de hand?
Het is al bijna half twaalf. Fleur staat zeker een half uur te niksen voor het keukenraam. Buiten betrekt het. Gatver! Het gaat toch niet al weer regenen? Gisteravond voorspelde de weerman nog een zonovergoten nazomerdag. Mooi niet dus. Een donkere, bijna zwarte, wolk schuift voor de zon. Er kan nog wel een plens water bij. Buiten is het toch al een modderbende.
Het ziet er onheilspellend uit. Waar blijft Chantal nou? Ze is kant en klaar om haar vriendin op te vangen en uit te horen. Buiten loopt Ellie, de buurvrouw. Ze heeft er de pas behoorlijk in. Die is natuurlijk bang om zo dadelijk kletsnat te worden. Voor het huis van Fleur kijkt Ellie even opzij. Als ze haar buurvrouw in de keuken ziet staan, steekt ze haar hand op. Fleur zwaait terug. Ellie blijkt het gebaar als een uitnodiging op te vatten, want ze loopt linéa recta naar de voordeur. Nou ja, even een praatje maken, dat kan nog net, denkt Fleur. Kan ze ook even schuilen als het mocht gaan regenen. Moet ik haar nu wel of geen koffie aanbieden? Niet met Chantal in aantocht. Fleur pakt snel een emmer, doet er wat water in en met een doekje in haar ene en de emmer in haar andere hand loopt ze naar de voordeur. ‘Hallo Ellie, hoe gaat het? Ik wilde net even de deur afnemen.’ Ellie kijkt haar lachend aan. ‘Ik wist niet dat jij van poetsen hield. Krijg je bezoek of zo?’ Fleur vertelt over haar vriendin uit Amsterdam die er elk moment kan zijn. ‘Ze heeft het nogal moeilijk op het moment’, vertrouwt ze Ellie toe. Een relatiecrisis. Haar man heeft haar zo maar op straat gezet. Ze hebben nota bene twee kleine meisjes. Fleur schrikt van haar eigen openhartigheid én vooringenomenheid. Ze wéét helemaal niet of Maurice Chantal zó maar de deur heeft gewezen. Er móet iets zijn voorgevallen. Chantal is een schat, maar ze is ook onstuimig, eigenwijs en af en toe een tikkeltje naïef. Boven alles is ze natuurlijk haar vriendin; ze verdient het voordeel van de twijfel.
De bui trekt over zonder tot uitbarsting te komen. Gelukkig. Er is al genoeg water gevallen. In de verte hoort Fleur een auto aankomen. Dat zal ze zijn. Even later draait een ietwat opzichtige Mercedes de oprit op. Chantal geeft te veel gas, waardoor de modder tegen de felrode lak van haar auto spat. Vlak voor Fleur en Ellie remt ze af. Ze zwaait het portier open en stapt net iets te enthousiast uit. Haar enorme naaldhakken verdwijnen in een grote modderplas. Ze verliest haar evenwicht en met een gilletje belandt ze midden in de modder. Ellie en Fleur staan verbouwereerd naar het tafereel te kijken, schieten dan tegelijkertijd in de lach. Het is ook een komisch tafereel. Een blonde vrouw in mini-jurk met modderbenen en overal bruine spatten. ‘Welkom in het oosten’, zegt Fleur, als ze haar vriendin de hand reikt om haar overeind te helpen. Chantal weet niet goed of ze moet lachen of huilen. Ze woelt eens door haar haren, probeert haar dure jurk glad te strijken en kijkt dan van Fleur naar Ellie. Haar blik blijft rusten op de, in haar ogen, slecht geklede buurvrouw. ‘Ik wist niet dat jij personeel had’, zegt ze op geaffecteerde toon. Fleur voelt een kleur opkomen. Wat gênant dat Chantal Ellie meteen degradeert tot de eerste de beste schoonmaakster. In een poging de situatie te redden grapt ze: ‘Personeel? Welnee! Dit is Ellie, mijn buurvrouw. Ze kwam net terug van een wandeling en informeerde even hoe het met me ging. Toch?’ Ellie knikt en begrijpt dat ze op dit moment te veel is. ‘Ik zie je zondag wel bij het intrekkersmaol’, zegt ze tegen Fleur. Zonder Chantal te groeten of haar ook maar even aan te kijken beent ze weg.
Chantal is zich kennelijk niet bewust van de neerbuigende opmerking die ze net heeft gemaakt. Zonder verder op of om te kijken vliegt ze Fleur om de nek en kijkt haar vriendin eens goed aan. ‘Jezus, Fleur, waar ben jíj beland! Een intrekkersmaol? Wat ís dat in vredesnaam? Spreek je nu ook al de taal van die boerenpummels hier?’ Ze heeft het nog niet gezegd of de volgende zin rolt over haar lippen. ‘Binnenkort gaan we shoppen. Het truitje dat je aan hebt kan écht niet meer? Welke grote stad ligt hier het dichtst in de buurt?’ Dan kijkt ze eens goed om zich heen. ‘Hmm. Je woont hier mooi. Het huis is een plaatje. En wat een ruimte er omheen! Je moet wel iets doen aan die oprit. Beton erin, zou ik zeggen. In elk geval hoge hak-proof. Geen wonder dat je buurvrouw op van die ouderwetse schoenen loopt. Ze wil zeker geen risico lopen iets te breken. Ken je haar goed? Je bent toch niet al met ’r bevriend? Totaal jouw type niet.’ Fleur voelt een hoofdpijntje opkomen. Wat een verbale diarree kraamt Chantal uit. Ze was even vergeten hoe dwingend en veeleisend haar vriendin ook kan zijn. ‘Hier’, zegt ze terwijl ze de deur openhoudt. ‘Ga jij lekker naar binnen. Neus gerust even rond en zet een bak koffie voor jezelf. Ik moet de kinderen ophalen. Ik ben met tien minuten terug.’
Als Fleur in de auto zit, zucht ze eens diep. Misschien was het toch niet zo’n goed idee om Chantal hier, op het platteland, uit te nodigen. Zo’n opmerking als tegen Ellie, dat kan echt niet. Ze schaamt zich ervoor! En dan komt zondag ook de hele buurt nog bij haar langs. Met Chantal erbij loopt dat hele intrekkersmaol gegarandeerd in de soep. Ze ziet het al voor zich: Chantal die de ene na de andere opmerking maakt over vreselijke koeienlucht, stomme streektaal en onbegrijpelijke tradities. Dat is allemaal niks voor haar. Maar ach, wat maakt ze zich druk. Chantal heeft de ruzie met Maurice vast vóór het weekend bijgelegd. Zo zal het wel gaan. In dat geval is ze tegen de tijd dat de buurt langs komt allang weer vertrokken…
(Wordt vervolgd)
Tekst: Margriet van Buren Illustratie: Elly Overberg





