Voorjaar 2010
10. Een ‘teleurstellende’ vondst
Wat vooraf ging….
Fleur (39), haar man Enno (42) en hun vier kinderen (Koen 13, Roos 11, Tim 8 en Juul 5) zijn onlangs van Amsterdam naar een klein dorp op het platteland verhuisd. Enno is voor zijn werk het grootste deel van zijn tijd in het westen. Hij is advocaat en gespecialiseerd in echtscheidingen. Chantal, een van Fleurs vriendinnen uit Amsterdam, logeert tijdelijk bij de familie, omdat ze problemen heeft met haar man Maurice. Fleur heeft al heel wat nieuwe mensen ontmoet, zoals haar buurvrouwen Ellie en vrouw Pasman en Florian Haerst, de aardige neef van de laatste. Ze heeft een succesvol intrekkersmaol georganiseerd om de banden met de buurt te verstevigen. Op het feest vertelt Florian dat hij stiekem een postpakket heeft opengemaakt, dat waarschijnlijk verkeerd bezorgd was op het adres van Fleur. Hij schrok nogal van de inhoud…
et een zucht ploft Fleur op de bank, ze schudt haar hoge hakken uit. Het was me het intrekkersmaol wel. Na alle maanden dat ze hier nu woont, was ze even vergeten hoeveel energie het kost om gasten te entertainen. Enno had maar een beetje staan geiten bij de drank en Chantal was, tot Fleurs ergernis helemaal opgegaan in Florian. ‘Wat een leukerd. Die wíl ik’, had ze haar vriendin toegefluisterd. En of Fleur nu wilde of niet, ze moest toegeven dat ze toch wel een tikkeltje jaloers was op Chantal die, nog niet eens gescheiden, nu al openlijk durfde te flirten met andere mannen. Niet in de laatste plaats met die van haar. Fleur was niet blind. Ze zag heus wel dat Chantal en Enno amicaal met elkaar omgingen. Soms net iets té. Om de haverklap lag de arm van Chantal om de nek van Enno of drukte Enno snel een kus op het hoofd van Chantal.
Zogenaamd als troost. ‘Chantal heeft het zó moeilijk de laatste tijd. Ze kan nergens heen, ziet haar kinderen niet. Verplaats je eens in de positie van je vriendin, Fleur’, zei Enno telkens. Fleur wist wel beter. Ze moest op haar hoede zijn. Laatst was Enno met een kettinkje voor haar thuisgekomen. En hij had ook aan Chantal gedacht. Fleur vond het bespottelijk dat haar man sieraden kocht voor haar vriendin. Misschien werd het tijd om Chantal de deur te wijzen, voordat de kaarten er anders bij kwamen te liggen. Hoewel, Enno zou nooit instemmen met het vertrek van Chantal. Nee, hij zou haar recht in het gezicht uitlachen. Hij zou een beroep doen op háár vertrouwen in hem. Had hij haar ooit bedrogen met een andere vrouw? Had ze hem ooit op een leugentje kunnen betrappen?
‘Hé, wat zit jij hier in het donker?’ Het is Enno. ‘Geweldig feest, Fleur. Dat had je weer goed georganiseerd. Maar of ik nu écht vrienden met de buurt word. De moeder van die krijsende tweeling kon nergens anders over praten dan over de loopvorderingen van haar kroost, Elly had het vooral over de een of andere eekhoornfamilie die ze telkens bij dezelfde boom tegenkwam, de buurtburgemeester praatte alleen maar over geld en over de crisis en hij zat maar te gissen hoeveel de verbouwing ons hee gekost en die boer van op de hoek klaagde aan een stuk door over de melkprijs. ’t Zijn niet echt de dingen in het leven die me boeien, Fleur.’ ‘Wat boeit jou dan wél?’, vraagt Fleur, iets scherper dan de bedoeling is. ‘Hè, nu hoef je niet meteen boos te worden. Ik mag toch wel zeggen wat ik van de buurt vind?’ Fleur kijkt haar man eens goed aan. Hij ziet er vermoeid uit. Bij zijn slaap zijn al enkele grijze haren te zien en onder zijn strakke overhemd signaleert ze warempel een beginnend buikje. Het zittende advocatenleven eist zijn tol. Enno wordt oud, grijs en vet. ‘Ja’, zucht Fleur, ‘natuurlijk mag jij van de buurt vinden wat je wilt. Maar je kunt ze ook een eerlijke kans geven in plaats van meteen na één ontmoeting al te oordelen.’ ‘Ik heb mensenkennis liefje. Ook jij moet toegeven dat ik meestal gelijk heb.’ Fleur knikt, vermoeid. ‘Ja hoor, schat, jij hebt altijd gelijk.’ Al zou ik die brallende Amsterdamse vrienden van je nou ook niet bepaald boeiend willen noemen. Dat laatste zegt ze natuurlijk niet hardop. Ze hee geen zin in ruzie. In plaats daarvan staat ze op en met een ‘Welterusten’ gaat ze naar bed.
De volgende dag moet Fleur zich haasten voor haar afspraak met Florian. Hij staat haar al op te wachten bij de bosrand met een plastic tas in zijn hand. Het is pas vijf over half negen, maar Fleur heeft er voor haar gevoel al een halve dag op zitten. Enno was de deur niet uit te krijgen vanochtend. Alles deed hij op zijn dooie gemak, alsof er geen klanten op hem zaten te wachten in de hoofdstad. Ook de kinderen treuzelden ontzettend. En dan liep Chantal nog eens halfnaakt door de keuken. Met alleen haar blote satijnen nachthemdje aan. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Minstens een uur lang had Fleur over iedereen lopen moederen. Uiteindelijk ontaardde dat natuurlijk in botte commando’s als: ‘Juul, naar de wc en poets je tanden.’ ‘Koen nú vertrekken, anders kom je te laat op school.’ ‘Roos, haal die lippenstift van je mond, geen make-up naar school.’ ‘Enno, je mobiel ligt nog op de kast. Stop hem in de zak van je colbert. Straks vergeet je hem.’ Doodmoe was ze bij school aangekomen en had ze Juul naar haar klas gebracht. De rest van de ochtend was van haar. Van Chantal had ze voorlopig geen last. Die was haar warme bed weer ingedoken. Normaal zou Fleur zich ergeren, maar nu kwam het wel goed uit. Fleur wilde Florian zien in verband met het postpakje. Ze was ontzettend nieuwsgierig naar wat er in zat. Afspreken ging natuurlijk niet bij hem thuis of bij haar. Dat zou alleen maar lastige vragen opleveren van vrouw Pasman of Chantal. Nee, daarom hadden ze afgesproken te gaan wandelen in het bos. Het risico dat ze daar op dit tijdstip al iemand zouden tegenkomen, sloot ze uit. Elly ging pas in de loop van de ochtend op pad en voor de rest kende ze niemand die op een doordeweekse dag graag de omgeving verkende. En wat dan nog? Ze maakte gewoon een ommetje met een buurman. Verder niks. Ze wist donders goed dat als iemand hen zou zien het roddelcircuit in het dorp in volle hevigheid zou losbarsten. Ze was gewaarschuwd: de sociale controle is groot op het platteland. Fleur kon zich echter niet bedwingen. Ze móest weten wat er in dat mysterieuze pakje zat.
‘Hoi’, zegt Fleur, zodra ze Florian ziet. Ze geeft hem een knipoog: ‘Ook aan de wandel? Dat is toevallig.’ Florian lacht en pakt haar arm. ‘Kom, dan zal ik jou eens rondleiden in dit enge griezelbos.’ Als ze een kwartiertje hebben gelopen, zegt Florian: ‘Zullen we even op dat bankje gaan zitten? Dan laat ik je zien wat ik heb ontdekt.’ Fleur laat zich gewillig naar het bankje leiden. Voorzichtig pakt Florian het pakketje uit zijn plastic tas. Je kunt zien dat het open is geweest, al heeft Florian geprobeerd het pakketje zorgvuldig weer in de oude staat terug te brengen. Florian legt het op Fleurs schoot. ‘Maak maar open.’ Voorzichtig scheurt Fleur het leverkleurige plakband los en vouwt de deksels opzij. Nieuwsgierig kijkt ze in de doos. ‘Wat is dat?’ Ze fronst haar wenkbrauwen. ‘Het lijken wel pijnboompitten, maar dan anders.’ Florian lacht. ‘’t Zijn hennepzaadjes’, fluistert hij geheimzinnig. ‘Voldoende voor een complete hennepkwekerij. Ik blijf het een raadsel vinden waarom iemand dit soort zaadjes uitgerekend naar jullie adres stuurt.’ Fleur denkt even na. Ze heeft geen idee. ‘Die zaadjes kun je toch gewoon via internet bestellen’, oppert ze. ‘Waarschijnlijk heeft iemand per ongeluk het verkeerde adres op het pakketje gezet. Dat kan heel goed. Ik zou me er niet zo druk om maken.’ Florian kijkt bedenkelijk. ‘Hennep kweken is hartstikke strafbaar. Er worden miljoenen mee verdiend. Wist je dat?’ Fleur luistert maar half en kijkt op haar horloge. Ze is een beetje teleurgesteld. Hennepzaadjes. Ze had minstens verwacht dat er een partij dure oorbellen of een gouden horloge in de doos had gezeten. Wat moest ze nu met hennepzaadjes? Zou haar zoon Koen hier iets mee te maken hebben? Ze had hem de laatste tijd steeds meer losgelaten, controleerde niet meer waar hij zoal naartoe surfte op internet. Maar hennepzaadjes bestellen, gewoon uit kattenkwaad, nee, dat ging te ver. Daar houdt een dertienjarige zich toch niet mee bezig? ‘Ik ga ervandoor’, zegt ze ineens tegen Florian. ‘Huisvrouw hè. Er moet nog van alles gebeuren. Wassen, strijken, ramen lappen. De overblijfselen van het intrekkersmaol liggen ook nog op me te wachten.’ ‘Gelukkig hoef je het niet helemaal in je eentje te doen’, zegt Florian. ‘Hoe zo?’ ‘Nou, je vriendin, Chantal. Die woont toch bij jullie in? Zij zal af en toe vast wel haar steentje bijdragen en de handjes laten wapperen. Of niet? Ze lijkt me aardig.’ Even bevindt Fleur zich in een spagaat. Eigenlijk wil ze haar vriendin niet afvallen tegenover Florian en hem vertellen hoezeer ze zich aan haar ergert. Aan de andere kant, Chantal heeft sinds haar komst nog geen bal uitgespookt in huis en alleen maar onrust gezaaid. Oké, ze zit in een lastig pakket, mist haar oude leven en haar meisjes, maar ze zou zich wel wat coöperatiever kunnen opstellen. In plaats van ’s ochtends te blijven liggen, zou ze Fleur ook kunnen helpen. Fleur mist de oude Chantal, de vertrouwelijke gesprekken die ze met haar had en de lol. Sinds haar vertrek uit Amsterdam is Chantal veranderd in een cynische vrouw die zich onvolwassen en onverantwoordelijk gedraagt. Wellicht oordeelt ze nu wel iets te hard over haar vriendin. Zijzelf is immers ook niet meer dezelfde. ‘Chantal?’, zegt ze dan tactisch tegen Florian. ‘Die laat ik met rust. Ze is hier om tot zichzelf te komen. Daarna kan ze terug naar Amsterdam om van haar huwelijk te redden wat er nog te redden valt.’
(wordt vervolgd)
Tekst: Margriet van Buren Illustratie: Elly Overberg





